dinsdag 10 januari 2012

Kindertekeningen: Hanna Venema, Groep 8

In mijn stageklas (groep 8) heb ik de leerlingen een tekening laten maken. De opdracht die ik hierbij gaf was: teken jezelf in een ruimte. Ze mochten zelf iets verzinnen en kijken hoe ze dit zouden aanpakken. Ze mochten hierbij podloden en wit papier gebruiken.
Ik heb de tekeningen daarna ingenomen en geanalyseerd op ruimte en mens. Zie hieronder de resultaten.

Zwak:
Ruimte: fase 4
Je ziet dat er geen zichtbare diepte is getekend in deze tekening.
Mensbeeld: fase 4/5
Deze leerling heeft een mens getekend. Je ziet dat er geen vingers zijn, de voeten naar links en rechts staan, het hoofd niet grenst aan een nek maar aan een lichaam, en dat het lichaam niet heel erg klein en breed is. Ook de benen staan ver uit elkaar.


Middelmatig
Ruimte: fase 7
Deze leerling heeft een horizon getekend.
Mensbeeld: fase 7
Deze leerling heeft geen vingers getekend, maar wel een nek en de verhoudingen van het lichaam zijn al aardig goed. Je ziet dat het poppetje van de zijkant is getekend en de rechtse arm komt ook achter het lichaam vandaan. 

Ruimte: fase 6
Deze leerling heeft een horizon getekend. Achter de surfer gaat het water nog door.
Mensbeeld: fase: 8
Deze leerling heeft de voeten van de surfer naar rechts en links geplaatst. De vingers zijn getekend en het lichaam is al aardig in verhouding.



Ruimte: fase 7
Deze leerling heeft zichzelf in de ruimte getekend. Er is een horizon getekend en de deur is kleiner omdat het verder weg is.
Het bureau staat weer niet goed in de ruimte, evenals het bed.

Mensbeeld: fase 6
Deze leerling heeft 4 vingers getekend. Het mensfiguur heeft een romp, benen een nek en een hoofd.


Goede:
Ruimte: fase 6
Deze leerling heeft zichzelf bij een zwembad getekend. Ze heeft een denkbeeldige horizon getekend. De mensfiguren zijn voorin de tekening even groot als achterin.
Mensbeeld: fase 8
De leerling kan de mensen activiteiten laten doen. Zo ligt er een op een ligbank en een andere leunt naar achteren. Dit is goed weergeven.
Er is een hoofd, romp, benen, armen en er zijn vingers getekend. Er is niet bij iedereen een nek getekend.



Tijdens deze les heb ik gezien dat er nog wel wat aan het mensbeeld kan worden verbetert. Samen met medestudenten hebben we gekeken naar wat er veranderd zou kunnen worden. We hebben besloten om verder te gaan met het mensbeeld.
Mogelijke vervolgactiviteiten kunnen zijn:
- andere materialen gebruiken en daarbij de textuur uitleggen
- de leerlingen een les aanbieden over vorm:
    >de verhoudingen van een mens uitleggen en daarbij de vorm van de handen, waar de nek zit enz.
     > de leerlingen uitleg geven over de ruimte: licht/donker, kleur, structuur en lijnen enz.

Ik heb uiteindelijk gekozen om een les uit te werken over hoe je een mens in verhouding tekend en met ander materiaal.
Lesvoorbereiding


Naam
 Hanna Venema
Groep

ICO(Stagebegeleider)

Praktijkschool

Groep

Mentor

Activiteit

Datum




Leerpunten student
1.     
2.     
3.     


Verantwoording (waarom ga je dit doen)

Beginsituatie
Beschrijf wat de leerlingen al weten, of ze er wel eens mee te maken hebben, welke leerlingen problemen hebben met dit onderwerp of met de werkvorm, …
Aan het begin van de les heb ik al een les gegeven waarin ze zichzelf konden tekenen in een ruimte.
Ik zag daarbij dat de leerlingen niet verder kwamen dan niveau 8 van het mensfiguur. Veel leerlingen tekenden zichzelf zonder nek en zonder vingers.
Samen met een aantal studenten hebben we besloten om de les over jezelf tekenen in een ruimte uit te breiden. We wilden het mensfiguur verder behandelen in onze vervolgles.
Doelstellingen
Wat moeten de leerlingen aan het einde van de les geleerd hebben? Formuleer je doelen SMART.
Aan het eind van de les hebben de leerlingen met houtskool gewerkt.
Ze hebben geleerd hoe je een mens in verhouding tekent.
Evaluatie
Benoem van elk doel hoe en wanneer je vaststelt of dit is behaald.
dit kan ik zien aan hoe de leerlingen het product hebben gemaakt.


Werkwijze en middelen (hoe en waarmee ga je dit doen)

Didactische Werkvormen
Wat doe jij?
Hoe wordt de leertijd gebruikt:
  leerkrachtgestuurd F
F leerlinggestuurd 

Uitleggen, daarna de leerlingen begeleiden



zij luisteren naar de instructie en gaan daarna aan de slag voor hun product

houtskool en papier



houtskool en papier
Leeractiviteiten
Wat doen de leerlingen?
Instructie-middelen
Welke middelen gebruik jij?
Leermiddelen
Welke middelen gebruiken de leerlingen?


Organisatie (Aan welke praktische zaken moet je denken bij de uitvoering; maak eventueel een schets van de ruimte)

Vooraf
Wat moet klaarliggen? Waar kunnen leerlingen spullen zelf pakken?

Papier, houtskool

de leerlingen blijven aan hun tafel zitten
we presenteren het product op de muur



de leerlingen leggen hun houtskool weer op.
Tijdens
Moet de organisatie aangepast worden? Waar leggen de leerlingen hun product?
Na afloop
Zorg een rustige overgang naar de volgende les. Wie ruimt wat op? Waar moeten leerlingen gaan zitten?

Lesopbouw
(wat ga je precies doen)


Keuze lesmodel

Didactische Analyse

Activerende Directe Instructie
Ander model, namelijk:

 Procesfasenmodel
benoem hieronder in de eerste kolom
de fasen die horen bij het gekozen lesmodel
Aanvullende vakdidactische eisen
·          BVV- model
- Betekenis: de leerlingen hebben allemaal een lichaam en gaan ontdekken waar deze uit bestaat
- Vorm: de leerlingen werken op papier met ruimte, kleur en compositie
- Vaardigheden: Ze werken met houtskool en krijgen de verhoudingen van een mensfiguur aangeleerd.

DA
ADI
1 Inleiding

2 Kern

3 Afsluiting
1 Terugblik
2 Oriëntatie
3 Uitleg
4 Begeleide inoefening
5 Zelfstandige verwerking
6 Evaluatie

continu: REFLECTIE



lesfase
tijd
activiteit

 Oriëntatie












Uitvoering













Nabeschouwing


- Introduceren
Ik introduceer door met de leerlingen te kijken waar je lichaam eigenlijk allemaal uit bestaat, waar dit zit en hoe het verbonden is met elkaar.

- Informeren
Ik laat tekeningen zien van een mensfiguur dat is getekend met houtskool. We gaan in op wat je allemaal kan met houtskool en hoe de verhoudingen van een mens zijn.

- Instrueren
Ik vertel dat ze een mensfiguur gaan tekenen met houtskool. Ik doe de verhoudingen voor en laat ze zien wat je kan doen met houtskool.

- Observeren
De leerlingen gaan zelfstandig aan het werk. Ik loop rond en observeer de leerlingen. Als er begeleiding nodig is geef ik deze aan een leerling.

- Begeleiden
Tijdens het werken stel ik vragen aan de leerlingen en leg alternatieven voor. Zo zet ik de leerlingen aan tot reflectie en help hun met hun keuzes te maken.

- Afronden
Als de leerlingen hun activiteit klaar hebben laat ik ze een vervolgopdracht doen. Ze mogen zelf experimenteren met het materiaal. Ze hoeven niet meer een mens te tekenen maar mogen ook een voorbeeld tekenen.


- Nabespreken
De leerlingen mogen het werk bekijken. Ze mogen kijken of ze een mensfiguur hebben getekend met houtskool. Dit moet in de juiste verhouding zijn en er is gebruik gemaakt van de textuur van houtskool.

- Beoordelen
Ik geef met de leerling erbij mijn mening over het gemaakte werk. Ik verwijs hierbij naar de criteria's uit de oriëntatiefase.

- Presenteren
De leerlingen mogen hun gemaakte werk ophangen aan de muur. Zo presenteren we de tekeningen aan de rest van de klas.


Mensfiguur: Hanna Venema

Tekenen schema mensfiguur


Tijdens de lessen beeldende vorming heb ik een mensfiguur getekend. Dit mensfiguur heb ik volgens de aanwijzingen van mijn beeldende vorming docent getekend. Zij vertelde ons dat het lichaam uit 8 delen bestaat. Zo is het hoofd één deel.

Daarna kregen we de opdracht om deze mensfiguren met andere verhoudingen te tekenen.
Ik heb gekozen om een body builder te maken van mijn mensfiguur. Dit betekende dat hij veel spieren zou krijgen. Zie hieronder het resultaat.

Ook leek het me leuk om als laatste een mens te tekenen met korte benen en armen.
Zie hieronder het resultaat.


zaterdag 31 december 2011

mensfiguur tekenen.

Dit is het mensfiguur dat ik getekend heb. Hiermee wil ik mijn tekenvaardigheden aantonen.
Miranda.

dinsdag 20 december 2011

Tekeninganalyse groep 1/2, Jiska

Analyse van de ruimtelijke foto's

De tekeningen zijn gemaakt door kinderen uit de kleuterklas, groep 1/2. Hieronder zie je 8 foto's (4 ruimtelijke en 4 figuurlijke foto's) die ik geanalyseerd heb. Na aanleiding van de analyse heb ik een les bedacht om ze zo verder te helpen in hun ontwikkeling. Deze les hier je onderaan.
 

Ruimtelijke foto 1: Het schematische staduim
Je ziet dat het kind symbolen weet weer te geven die in de omgeving voorkomen. Dit zie je aan het huis, de zon en de bloemen
Dit kind zit in fase 4: zelfgetekenende grondlijn.
Je ziet de grondlijn niet, maar het huis en de bloemen staan wel op een 'denkbeeldige' grondlijn.





Ruimtelijke foto 2: Het schematisch staduim
De symbolische weergave van de werkelijkheid zie je hier wel naar voren. Dit zie je aan de vogels en huizen. Het kind maakt ontwikkeling door, door naar de werkelijkheid te kijken.
Verder weet hij nog niet goed hoe de contrasten zijn. De bloemen zijn bijna even groot als een huis.

Deze tekening hoort onder fase 3: onderrand = grondlijn.
De huizen, bloemen en bomen hebben allemaal de onderkant van het papier als grondlijn.


Ruimtelijke foto 3: Het schematische staduim
Je ziet hier dat het kind een flat heeft gemaakt en uit de werkelijkheid gekopieerd dat een boom dan veel kleiner is dan wolkenkrabber.
Dit kind zit in fase 3: onderrand = grondlijn.
Het kind is heeft de onderkant van het papier als onderrand genomen.








Ruimtelijke foto 4: Het schematische staduim.
Dit kind heeft uit de werkelijkheid opgemerkt dat veel bomen boven de huizen uit komen en heeft dit ook getekend.
Ook deze tekening zit in fase 3: de onderrand = grondlijn. Je ziet dat de bomen en het huis de grondlijn van het papier aangenomen hebben.







Analyse van de ruimtelijke foto's


Figuurlijke foto 1:









Figuurlijke foto 2:











Figuurlijke foto 3:









Figuurlijke foto 4:



















Lesvoorbereiding

Naam
Jiska
Groep
2
Stagebegeleider/
coach

Stageschool

Groep
1/2
Mentor

Activiteit
Tekenles
Datum



 
 
 
 
 
 
Leerpunten student
1.    
2.    
3.    

Verantwoording (waarom ga je dit doen)
Beginsituatie
Beschrijf wat de leerlingen al weten, of ze er wel eens mee te maken hebben, welke leerlingen problemen hebben met dit onderwerp of met de werkvorm, …

Doelstellingen
Wat moeten de leerlingen aan het einde van de les geleerd hebben?
Formuleer doelen die concreet, meetbaar, zichtbaar, haalbaar zijn.
Aan het einde van de les:
-
Evaluatie
Benoem van elk doel hoe en wanneer je vaststelt of dit is behaald.


Werkwijze en middelen (waarmee ga je dit doen)
Didactische Werkvormen
Wat doe jij?
Hoe wordt de leertijd gebruikt:
leerkrachtgestuurd F leerlinggestuurd
Leerkrachtgestuurd










Tekenpapier op A4 formaat, kleurpotloden,
Leeractiviteiten
Wat doen de leerlingen?
Instructie-middelen
Welke middelen gebruik jij?
Leermiddelen
Welke middelen gebruiken de leerlingen?


Organisatie (Aan welke praktische zaken moet je denken bij de uitvoering; maak eventueel een schets van de ruimte)


Lesopbouw
(wat ga je precies doen)
 
Keuze lesmodel
x
Didactische Analyse

Activerende Directe Instructie

Ander model, namelijk:


benoem hieronder in de eerste kolom
de fasen die horen bij het gekozen lesmodel
Aanvullende vakdidactische eisen
·        procesfasemodel
DA
ADI
1 Inleiding

2 Kern

3 Afsluiting
1 Terugblik
2 Oriëntatie
3 Uitleg
4 Begeleide oefening
5 Zelfstandige verwerking
6 Evaluatie

continu: REFLECTIE
 
lesfase
Tijd
Activiteit
Inleiding






Kern








Afsluiting
15
min.





15 min.







10 min.
Ik lees het sprookje ‘De nieuwe kleren van de keizer’ voor.
Na het verhaal vraag ik aan de kinderen hoe de keizer, voorop het boek, eruit ziet.
De kinderen vertellen een aantal kenmerken van de keizer. Daarna gaan we kijken naar ons eigen lichaam. Ik laat de kinderen staan en d.m.v. een spelletje laat ik ze hun lichaam goed bestuderen. Hoe zien je handen eruit. Waar zitten je armen aan vast, enz.

Ik leg de opdracht uit. Ik vertel dat ze allemaal kleermakers zijn en dat ze een outfit voor de keizer gaan bedenken. Ze tekenen dus op het A4tje de keizer in zijn nieuwe outfit met zijn kroon op zijn hoofd, want de keizer deed immers nooit zijn kroon af. Ik verplicht de kinderen wel dat de keizer minimaal een onderbroek aan moet hebben.

Als de kinderen aan de slag gaan ga ik om de beurt bij een groepje zitten en geef nog een kleine instructie. Hoe kan je een


Ik laat de kinderen opruimen. Daarna gaan we in de kring zitten en pak ik de tekeningen erbij. De kinderen geven elkaar positieve feedback op de tekeningen. Wat vinden ze mooi getekend? Ik laat het kind zelf aangeven waar hij minder tevreden mee is, of wat hij nog wil verbeteren.  
Daarna hang ik de tekeningen op in de klas.